Karin de Galan en het ontwerpen van effectieve trainingen
Een goede training bestaat uit meer dan een heldere uitleg en een paar leuke oefeningen. Deelnemers moeten nieuw gedrag kunnen uitproberen, feedback krijgen en leren hoe ze dat gedrag in hun dagelijkse werk toepassen. In haar werk over trainen en opleiden benadrukt Karin de Galan dan ook het belang van praktisch leren. Wie een training ontwerpt, begint niet bij de presentatie, maar bij wat deelnemers na afloop daadwerkelijk moeten kunnen doen.
Begin met het gewenste gedrag
Een training ontwerpen begint met een concrete vraag: welk gedrag moet er na de training anders of beter zijn? “Meer weten over klantgerichtheid” is bijvoorbeeld nog geen duidelijk leerdoel. “De deelnemer stelt bij een klacht eerst verhelderende vragen en vat daarna de behoefte van de klant samen” maakt wel zichtbaar wat iemand moet oefenen.
Door leerdoelen te formuleren als observeerbaar gedrag wordt het makkelijker om passende oefeningen te kiezen. Ook kun je achteraf beter beoordelen of de training resultaat heeft opgeleverd.
Laat deelnemers vooral oefenen
In een effectieve training is uitleg ondersteunend aan het leren, niet het hoofddoel. Deelnemers hebben tijd nodig om nieuw gedrag in een herkenbare situatie uit te proberen. Dat kan met een rollenspel, een praktijksimulatie, een casus of een oefening in tweetallen.
Een bruikbare oefening sluit aan op de werksituatie en heeft een helder doel. De deelnemer weet welk gedrag centraal staat en waarop feedback wordt gegeven. Zo wordt oefenen geen vrijblijvende activiteit, maar een doelgericht onderdeel van het leerproces.
Geef gerichte feedback
Feedback helpt deelnemers begrijpen wat al goed gaat en wat ze kunnen verbeteren. Houd die feedback concreet: benoem wat je hebt gezien of gehoord en verbind het aan het leerdoel. In plaats van “dat ging goed” kun je bijvoorbeeld zeggen: “Je stelde een open vraag voordat je advies gaf. Daardoor kreeg de klant ruimte om de situatie toe te lichten.”
Laat deelnemers waar mogelijk ook zelf reflecteren. Wat werkte? Wat was lastig? Wat proberen ze de volgende keer anders? Die vragen maken het leren actiever en helpen om inzichten te vertalen naar nieuw gedrag.
Ontwerp met de praktijk in gedachten
Een training heeft meer kans van slagen wanneer deelnemers de geleerde vaardigheden direct kunnen gebruiken. Verwerk daarom herkenbare voorbeelden uit hun werk en laat hen oefenen met situaties die ze daadwerkelijk tegenkomen. Bespreek ook mogelijke hindernissen, zoals tijdsdruk, onzekerheid of gewoontes binnen het team.
Denk daarnaast na over wat er na de trainingsdag gebeurt. Een actieplan, een oefenopdracht op het werk of een terugkommoment kan deelnemers helpen om het nieuwe gedrag vast te houden. Betrek waar passend ook leidinggevenden of collega’s, zodat de werkomgeving het oefenen ondersteunt.
Een praktisch stappenplan voor het ontwerpen van een training
- Verken de leervraag: wat gebeurt er nu en wat moet er in de praktijk veranderen?
- Formuleer leerdoelen: beschrijf concreet wat deelnemers na afloop kunnen laten zien.
- Kies passende oefensituaties: maak ze herkenbaar en relevant voor het werk.
- Plan uitleg, oefening en feedback: geef deelnemers voldoende tijd om nieuw gedrag uit te proberen.
- Bereid de transfer voor: spreek af hoe deelnemers het geleerde op het werk gaan toepassen.
- Evalueer het resultaat: kijk niet alleen naar de tevredenheid, maar ook naar wat deelnemers daadwerkelijk anders doen.
Van kennisoverdracht naar leren dat beklijft
De benadering van Karin de Galan is relevant voor trainers die hun bijeenkomsten praktischer en effectiever willen maken. Door te starten bij gewenst gedrag, deelnemers doelgericht te laten oefenen en aandacht te besteden aan toepassing op het werk, ontstaat een training die verder gaat dan kennisoverdracht. Het resultaat is een leerervaring waarin deelnemers niet alleen begrijpen wat ze kunnen doen, maar het ook daadwerkelijk oefenen.
Veelgestelde Vragen over de Galan Methode: De Trap van Galan en Kernoefeningen
Wat is de trap van Galan?
De trap van Galan is een hulpmiddel om een training stap voor stap op te bouwen: je begint met het gewenste gedrag in de praktijk en werkt terug naar wat deelnemers daarvoor moeten leren. Vervolgens ontwerp je passende uitleg en voorbeelden, laat je deelnemers het gedrag oefenen en geef je gerichte feedback. De laatste stap is de toepassing op het werk, zodat het geleerde ook na de training gebruikt wordt. Zo vormt de trap een praktische route van leerdoel naar blijvende gedragsverandering.
Wat is een Kernoefening?
Een kernoefening is de belangrijkste oefening in een training: daarin oefenen deelnemers het gedrag dat centraal staat in het leerdoel. De oefening sluit aan bij situaties die ze in de praktijk tegenkomen en geeft hun de kans om nieuw gedrag uit te proberen, feedback te ontvangen en het opnieuw te oefenen. Zo vormt de kernoefening de brug tussen de uitleg en de toepassing op het werk.
